9/11. Interview met Freedom Tower architect Daniel Libeskind in New York.

‘Ik bén het World Trade Center’.


Fotografie en Productie: Michael Klinkhamer.©
Tekst: Gijs De Swarte.©




Het werk van de architect Daniel Libeskind is wereldwijd verspreid, zijn belangrijkste opdracht kreeg hij in New York aangeboden. De beroemde architect heeft de Freedom Tower ontworpen, op die beruchte plek waar tien jaar geleden, vóór 9/11/2001 de Twin Towers stonden.














De Opdracht



Ik dacht: ik moet terug, ik moet iets doen”, zegt Daniel Libeskind. Tijdens de aanslag op het World Trade Center was hij in Berlijn om daar het Joods Museum te openen dat hij ontworpen heeft. “Dat museum, dat enigszins lijkt op een vervormde davidster, op die plaats, in die stad... die opening was een moment vol betekenis voor mij, voor iedereen die op wat voor manier ook door de holocaust geraakt is. Op het moment dat ik doorkreeg wat er op 9/11 gaande was, realiseerde ik me: de geschiedenis houdt niet op. De geschiedenis is nu. En toen wilde ik alleen nog maar terug naar New York.” Ik bevind me in het architectenbureau van Daniel Libeskind, diep in downtown ManhattanNon-stop bellende receptionisten, een stug ventje met een Frans accent pratende personal assistent die gespannen zijn horloge in de gaten houdt, een strak witte ruimte waarin jeugdige types achter Apple-computers leuk driedimensionaal bezig zijn.Vanuit de ramen zie je de torens van Wall Street, een blok of wat verderop. Aan de zuidkant, daar waar de East River en de Hudson samenkomen staat het Vrijheidsbeeld, in een strook zilverenzeelicht. Vlakbij, aan de andere kant die twee gaten in de lucht, zo zien New Yorkers het - waar vroeger de Twin Towers stonden. Daniel Libeskind is een modieus geklede energieke springveer - gedreven, emotioneel, constant zoekend naar de juiste woorden om zo snel mogelijk de juiste informatie over te brengen. De Freedom tower opdracht is het toppunt van zijn carrière. Zijn opdrachtenportefeuille zit vol tot ver in het volgende decennium. Van Seoel tot Sri Lanka, van Londen tot Almere, van Italië tot Polen – overall vind je zijn kenmerkende  woon- en werktorens, zijn musea, monumenten en parken.De Freedom Tower-opdracht betekende het verschil tussen architectenfaam en super ster status, ook buiten het vak.“De opdracht”, noemt hij het zelf.




















Oorlog


“Het WTC ben ik”, zegt hij, het is “De opdracht”. “Die twee torens waren het logo van mijn leven.” En hij vertelt waarom. Zijn Pools-joodse ouders kwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk van elkaar in Russische gevangenen kampen terecht, overleefden, ontmoetten elkaar op de vlucht in Sovjet-Azië waar ze werden opgevangen door islamitische stammen - en ontdekten bij terugkeer in Lodz dat vrijwel hun hele familie was vermoord. “Daarna hebben we in Israël gewoond”, vervolgt hij, “en uiteindelijk was het New York, in de Bronx. Ik sprak geen woord Engels, maar het woord skyline kende ik al de eerste dag en ben ik nooit meer vergeten.”Desgevraagd zegt hij zich geen oorlogsslachtoffer te voelen maar beaamt dat zijn leven voor een groot deel door dictators bepaald is. “Ik zal je vertellen, na de nazi’s leefden we verder in een communistische dictatuur. Moet je voorstellen, mijn tante was staatsvijand daar. Ze had in haar kamertje van twee bij vier een naaimachine staan waarmee ze wel eens wat voor anderen repareerde. Enemy of the State; twee bij vier, kun je dat een winkel noemen? De waanzin. Al die ellende viel weg toen we hier kwamen. De buurt in de Bronx was grotendeels joods, een Schtetl. Het was er gezellig en je had het gevoel dat je er thuis hoorde, dat de wereld er ook voor jou was. Een andere tante kwam uit Auschwitz. Ze was een geest. Leeg van binnen. Mijn ouders waren echte overlevers, nooit, nooit opgeven. Het leven vast grijpen, ja de Amerikaanse droom vast grijpen, omarmen.” Die twee hoge torens symboliseerden dat gevoel voor hem, zegt hij. Zijn vader werkte niet ver van waar nu zijn bureau is, vlak bij Ground Zero. Hij ging er als kind wekelijks met de subway naar toe. Zijn broer werkte een tijd in het WTC. Wij vonden dat fantastisch”, zegt hij. “Zo gigantisch. Het WTC stond voor mij voor alles wat hier kan, voor de mogelijkheden die wij gekregen hadden. De aanslag was ook zeer emotioneel voor me. Nu nog soms, als ik er langs loop, de foto’s zie van die vuurbal, de stofwolken, de brandweermannen, de geschrokken New Yorkers...” Libeskind zegt voor het eerst even niets, schudt zijn hoofd.






Hoop 

Een gebouw is niet het staal, het steen en het glas. Een gebouw is wat het betekent voor mensen. Zo, zegt hij, benadert hij elke opdracht. “Ik begin bij de betekenis van een gebouw, bij het gebouw in wat ik noem de volheid van het leven. Dat is de kern. Met bestaande procedures kom je er nooit. In alles wat het gewone ontstijgt, wat écht bijzonder is, zit een ongrijpbaar element; dat geldt voor architectuur, muziek, sport, voor zakendoen. Noem het spiritualiteit, noem het God - daar moet je zien te komen. Het is bij mij een met dromen vergelijkbaar proces. Het heeft niets te maken met de wetten van de tekentafel. Ik kom bij alles wat ik maak ook terecht bij hoop. Hoop speelt bij al mijn gebouwen een rol; bouwen, construeren is per definitie een hoopvolle onderneming. Er is geen procedure voor, hoe je hoop uitbeeldt in staal, steen en glas.” Hoop lag ook ten grondslag aan zijn ontwerp voor de Freedom Tower. Vooral de hoop dat we leren dat de overeenkomsten tussen ons belangrijker en veel groter zijn dan de verschillend. En de Freedom Tower moet gaan over democratie en vrijheid. “Ja, het  zijn grote woorden en het is moeilijk daarbij wat te voelen”, zegt hij. “Maar democratie - waar we in het Westen zo aan gewend zijn geraakt - is niet zo maar iets. Het is niet ‘n systeem, het is het  systeem. Het is het systeem dat ons de grootst mogelijke vrijheid garandeert. En nee, het functioneert niet perfect en je kan veel over de United States zeggen, maar democratie is hier echt nog steeds voor iedereen die enigszins bewust is de norm. Evenals vrijheid van meningsuiting: een grap maken over joden, over moslims, over de president, dat kan hier gewoon op televisie. Dat kan in veel landen helemaal niet, en het is in sommige landen in West-Europa moeilijker geworden. Het is een niet te overschatten groot goed. Ik wil mezelf niet op de borst kloppen, maar ik weet uit ervaring wat daarvan de waarde is. Veel architecten die ik ken, vrienden ook, werken in China. Dat veroordeel ik niet, echt niet. Met die boom daar kan het zakelijk gezien niet op. En, als je daar bouwt, voeg je ook wat toe. Maar ik doe het niet. Ze hebben daar nog concentratiekampen. De Freedom Tower is voor mij een monument voor de andere kant, de goede kant. Voor democratie ja.” Op Manhattan kan nog geen bankje in het Central Park verplaatst  worden zonder dat iedereen er een mening over heeft. Het lot van de architect is dat zijn ontwerpen door volksstammen belang hebbenden moeten worden geaccepteerd. Bij dit project was dat lot tot in het schier ondraaglijke verhevigd. De nabestaanden van 9/11 wilden iets anders dan het New York Police Departement, dat iets anders wilde dan de buurt, de gemeente en de Amerikaanse media - die weer beïnvloed werden door andere architecten et cetera. Donald Trump was bij lange na niet de grofste toen hij, onder meer bij Larry King zei: “Ik haat het ontwerp. Het is een skelet van een gebouw. Dat is het laatste wat we nodig hebben, een skelet dat het vroegere WTC representeert. Monstrueuze nonsens - dat is het.”








Vrede 
                                                                                                                                                                                               
“Ja iedereen vindt wat”, zegt Libeskind. “En er is uit mijn oorspronkelijke ontwerp ook veel veranderd. Sommige mensen wilden alleen een monument, helemaal geen gebouw. Of een groter monument, of een kleiner gebouw. Hetzelfde gebouw moest terug. In de basis moest meer glas en minder beton. Er moesten meer of juist minder verdiepingen in. En er moesten twee of meer torens komen. Het gebouw moest ergens anders staan. De naam Freedom Tower deed teveel aan George Orwell denken. Je kan met de kritiek makkelijk een New York Times op zondag vullen en als ik er over nadenk is dat ook wel zo’n beetje gedaan. Over elk facet is gepraat en er zijn onderzoeken gedaan waaruit zoveel meningen naar voren kwamen dat je uiteindelijk moest concluderen dat geen enkel idee de voorkeur van het publiek genoot.” Van alle kanten, ook door vrienden, werd hem aangeraden zich terug te trekken uit het project. Iedereen die iets wil bereiken, krijgt te maken met weerstand”, Maar, vraagt hij retorisch, zie ik het zelf als een probleem? Het antwoord schalt door de vergaderzaal waar we zitten: “Nee. Helemaal niet zegt hij. “En vaak geldt, hoe verder je wilt komen, hoe zwaarder de strijd. Je kan boos worden. Je kan je uit het veld laten slaan, het uiteindelijk, murw, opgeven. Maar je kan al die frictie van te voren ook incorporeren. Zo doe ik het. Het hoort er bij. Kom maar op, we gaan er mee aan het werk. Dat is - zeker voor een architect die niet aan zijn werk ten onder wil gaan - de enige weg. Architectuur is in zijn optimale vorm vrije expressie. En wij leven - god zij dank- in een land waar dat niet aan een enkeling is voorbehouden. Het wordt niet van bovenaf opgelegd: daar staat het en doe het er maar verval. Dus krijg je te maken met weerwerk. En dat dat in New York mee. Het moet onderdeel zijn van het leven, van de tekentafel tot en met de tijd waarin mensen er gebruik van maken tot en met het bij iets dat bij zoveel mensen zoveel emoties losmaakt extreem zou zijn, wist ik toen ik er aan begon. Dat geven en nemen, dat discussiëren, de redelijke argumenten, de ruzies, de scheldpartijen, dat is het leven. Dat is waar het allemaal over gaat. “Ik leef.”




All images by Michael Klinkhamer Photography ©

Computer Rendered images and drawings By Studio Libeskind.














Reacties

Populaire posts